Colorful Crochet & Crafts

Bruids shawl / Zomer sjaal


Intro:
Een omslagdoek met een rand van bloemen stond al lang op mijn haakontwerp-wensenlijstje (ik deed eerder al eens een poging met mijn “Rosebud Shawl”).
Speciaal voor de bruids shawl ontwierp ik dit bloemmotief; de motieven vormen samen de onderrand van de omslagdoek.
Toen de bruids shawl eenmaal af was, ben ik meteen met eentje in een heel andere kleur begonnen want ik had het vermoeden dat een “gewone” versie van deze shawl ook mooi zou zijn.
Deze maakte ik net iets breder en minder hoog en nu is het door de vorm en het gebruik van het katoen een fijne zomersjaal geworden. Veel later haakte ik nóg eens een zomersjaal, maar nu in mijn favoriete kleur roze …


De constructie van deze shawl is eenvoudig; je haakt eerst alle bloemmotieven aan elkaar, totdat je onderrand klaar is/de door jou gewenste breedte heeft. Vervolgens verbind je ze ook langs de bovenkant van de motieven, waarna je de rest van de shawl afhaakt met een “v”stokjes-steek.
De gehaakte bobbels die in het bloemmotief als het ware de blaadjes zijn, komen weer terug in de rand van de omslagdoek. Als finishing touch naaide ik speciaal voor de bruids shawl in alle harten van de bloemmotieven een parelmoerkraal.


De bloemmotieven vergen wat extra aandacht om te maken, maar als je de “puf steek” (ook wel “moes steek” genoemd, uitleg hier) en het het “relief stokje” (uitleg via dit linkje) onder de knie hebt, gaat dat zeker goed lukken.
De rest van de shawl – de “v”-stokjes en lossen – is heel makkelijk en  kun je heerlijk op de automatische piloot haken.

Afmetingen:
* bruids shawl : 145 cm x 50 cm (op basis van 18 bloemmotieven – breedte – en 36 additionele toeren – hoogte);
* blauwe zomer sjaal: 160 cm x 25 cm (op basis van 20 bloemmotieven – breedte – en 16 additionele toeren – hoogte); de roze zomersjaal  is nét iets breder en minder hoog …
* elk bloemmotief heeft een diameter van ca 8 cm.

Benodigdheden:
* bruids shawl: DMC Natura Just Cotton, kleur Ivory/N02, 7 bollen; parelmoer kralen, voor ieder bloemmotief 1, totaal 18;
* zomersjaal: DMC Natura Just Cotton, kleur Blue Jeans/N26  5 bollen; de roze variant haakte ik met Durable Coral Antique Pink/227;
haaknaald: 3,5 mm;
centimer, schaar, stopnaald.

Gebruikte steken:
losse(n)
halve vaste
vaste
reliëf vaste
stokje
dubbel stokje
dubbel reliëf stokje
puf steek

Speciale steken:
reliëf vaste: je haakt een vaste, maar haakt deze OM de aangegeven steek van de vorige toer heen; je steekt de naald precies in de ruimte vóór de steek waar je omheen wilt haken (van voor naar achter), gaat met de naald áchter deze steek om, en komt weer naar voren (van achter naar voor); je maakt een omslag (=draad over je naald), haalt de draad op (trekt deze ahw achter de steek om weer naar voren), maakt weer een omslag, haalt de draad door de twee lussen op de naald: reliëf vaste gemaakt.

dubbel reliëf stokje: je draad gaat tweemaal om de naald, je steekt je naald precies in de ruimte vóór de steek waar je omheen wilt haken (van voor naar achter), je naald komt achter de steek langs weer naar de voorkant van je werk, je maakt een omslag, haalt de draad op, (trekt deze ahw achter de steek om weer naar voren), maakt een omslag, haalt de draad door twee lussen op de naald, maakt nog een omslag, haalt de draad door twee lussen op de naald, maakt een laatste omslag en haalt de draad door de laatste twee lussen op de naald: dubbel reliëf stokje gemaakt.

puf (of moes) steek: (met 1 lus op de naald) haak je in de steek of plek zoals aangegeven in het patroon:  [maak een omslag, steek je naald in, maak een omslag, haal een lus op (tot de hoogte van een stokje)] – herhaal de instructie tussen[ en ] 5 keer, totdat je 11 lussen op de naald hebt; maak een omslag en haal de draad in één keer door alle 11 lussen op de naald, haak 1 losse om de puf af te sluiten: puf steek gemaakt.
tip: wanneer je in een volgende toer in een puf steek moet haken, dan steek je de haaknaald in onder de 1-losse steek waarmee je elke puf steek afsluit.

Werkbeschrijving:
bloemmotief 1:

toer 1: haak 4 lossen (of start met een magische ring), sluit met een halve vaste in de 1e losse tot een ring; 3 lossen (telt vanaf hier als 1e stokje), 1 losse *1 stokje, 1 losse; herhaal vanaf * 10 keer;  sluit met een halve vaste boven in het 1e stokje (=3e losse van 3-begin-lossen) – (12 stokjes & 12 boogjes van 1-losse);

toer 2: halve vaste in eerstvolgende boogje van 1-losse; 3 lossen (telt vanaf hier als 1e stokje), 2 stokjes in hetzelfde boogje van 1-losse; 1 dubbel reliëf stokje om volgend stokje (gehaakt in toer 1), sla volgend boogje van 1-losse over; *3 stokjes in volgend boogje van 1-losse, 1 dubbel reliëf stokje om volgend stokje, sla volgend boogje van 1-losse over; herhaal vanaf * 4 keer; sluit met een halve vaste boven in het 1e stokje (=3e losse van 3-begin-lossen) – (6 groepjes van 3 stokjes – 6 dubbele reliëf stokjes);

toer 3: halve vaste tussen 1e en 2e stokje in; *1 puf/moes steek tussen 1e en 2e stokje van het groepje van 3-stokjes uit de vorige toer (vergeet niet elke puf steek met een losse af te sluiten; deze losse telt niet mee bij de 2 lossen die je telkens tussen pufsteken moet haken), 2 lossen, 1 puf steek tussen 2e en 3e stokje (van het groepje van 3-stokjes uit de vorige toer), 2 lossen, 1 dubbel reliëf stokje om het dubbel reliëf stokje van de vorige toer heen, 2 lossen; herhaal vanaf * 5 keer; sluit met een halve vaste bovenin de 1e puf steek – (12 pufsteken – 6 dubbele reliëf stokjes – 18 boogjes van 2-lossen);

toer 4: 5 lossen (1e losse telt als 1e vaste),* 1 vaste bovenin puf steek, 4 lossen, 1 vaste bovenin puf steek, 4 lossen, 1 reliëf vaste om dubbel reliëf stokje van de vorige toer heen, 4 lossen; herhaal vanaf * 5 keer; sluit met een halve vaste in de 1e losse van de 5-begin-lossen – (12 vasten – 6 reliëf vasten – 18 boogjes van 4-lossen); hecht af.

bloemmotieven 2 en volgende:
Haak toeren 1 t/m 3, zoals bij “bloemmotief 1” beschreven; de volgende bloemmotieven haken we met de zgn “join-as-you-go”-methode in de volgende toer aan elkaar. Voor het gemak noem ik het motief waar je aan vast haakt “motief 1”, en het motief waar je op dit moment aan werkt (en dat je aan “motief 1” vast haakt) “motief 2”.

toer 4, “join-as-you-go”: 5 lossen (1e losse telt als 1e vaste), 1 vaste boven in puf steek, 4 lossen, 1 vaste in puf steek, 4 lossen, 1 reliëf vaste om dubbel reliëf stokje van de vorige toer heen – let op: we gaan nu de 1e verbinding maken – 1 halve vaste in de reliëf vaste van motief 1, 2 lossen, 1 halve vaste in het boogje van 4-lossen van motief 1, 2 lossen, 1 vaste boven in de puf steek van motief 2, 2 lossen, 1 halve vaste in het volgende boogje van 4-lossen van motief 1, 2 lossen, 1 vaste boven in de volgende puf steek van motief 2, 2 lossen, 1 halve vaste in het volgende boogje van 4-lossen van motief 1, 2 lossen, 1 reliëf vaste om het dubbele reliëf stokje van motief 2, halve vaste in overeenkomstige reliëf vaste van motief 1, 4 lossen; herhaal toer 4 van bloemmotief 1 vanaf * nog 4 keer; sluit met een halve vaste in de  1e losse van de 5-begin-lossen (1 zijde van de 6 zijden van je bloemmotief vastgehaakt); hecht af.

Haak zoveel bloemmotieven als je wilt (ik haakte er 18 voor de bruids shawl en 20 voor de zomersjaal), en haak ze allemaal met de “join-as-you-go”-methode aan één zijde vast. Mocht je dit geen fijne methode vinden, dan kun je de motieven natuurlijk ook op een andere manier vasthaken, of naaien.
Zodra je tevreden bent met de breedte van jouw omslagdoek/lengte van je zomersjaal, werk je alle draadjes van de bloemmotieven netjes weg; de volgende stap is de verbinding van de bloemmotieven langs de bovenkant.
Je hecht aan in een reliëf vaste; er moeten 6 boogjes van 4-lossen zitten tussen de plaats waar je aanhecht en het punt waar 2 bloemmotieven verbonden zijn (tel dus terug vanaf dat verbindingspunt om te weten op welke plaats je moet beginnen).

omslagdoek/zomersjaal:
toer 1: hecht met een halve vaste aan in de aangegeven reliëf vaste, 4 lossen (tellen vanaf hier als 1e dubbele stokje), 3 lossen, 1 vaste in 2e boogje van 4-lossen (geteld vanaf 1e dubbele stokje – je slaat dus 1 boogje over), *3 lossen, 1 vaste in volgend boogje; herhaal vanaf  * nog 2 keer; 3 lossen, sla volgend boogje over, 1 dubbel stokje precies in (de zijkant van) het steekje dat 2 bloemmotieven verbindt (kruising van 2 dubbele reliëf stokjes – 1 van elk motief); •3 lossen, sla volgend boogje over, 1 vaste in volgend boogje; 3 lossen, 1 vaste in volgend boogje; 3 lossen, 1 vaste in volgend boogje, 3 lossen, 1 vaste in volgend boogje, 3 lossen, sla volgend boogje over, 1 dubbel stokje in verbindingssteek tussen 2 motieven; herhaal vanaf • tot einde toer (je eindigt met een dubbel stokje).

toer 2:
*3 lossen (telt als 1e stokje), 1 stokje-2 lossen-1 stokje (=”v”-steek) in 1e boogje van 3-lossen; •1 stokje-2 lossen-1 stokje in volgend boogje van 3-lossen; herhaal vanaf • tot einde toer; je eindigt met 1 stokje boven in de 1e steek van de vorige toer.

toer 3:
*3 lossen (telt als 1e stokje), 1 stokje-2 lossen-1 stokje in 1e boogje van 2-lossen; •1 stokje-2 lossen-1 stokje in volgend boogje van 2-lossen; herhaal vanaf • tot einde toer; je eindigt met 1 stokje boven in de 1e steek van de vorige toer.
Herhaal toer 3 totdat je de gewenste hoogte hebt bereikt; hecht niet af.

PM: voor de bruids shawl haakte ik 35 toeren (toer 1 meegeteld), voor de zomersjaal  16 toeren (toer 1 meegeteld).


rand:
1 losse, keer je werk, 1 halve vaste in het 1e boogje van 2-lossen (precies tussen 2 stokjes in), 1 puf steek in dit zelfde boogje, *1 halve vaste in het volgende boogje van 2-lossen, 1 puf steek; herhaal vanaf * tot einde toer. We gaan nu het bochtje om, en haken ook pufsteken aan de zijkant van de shawl.
1 vaste boven in de 1e steek van de vorige toer (precies op de hoek), 1 puf steek in dezelfde volgende ruimte aan de zijkant (= ahw over de zijkant van de steek heen); •1  vaste in de volgende ruimte, 1 halve vaste+1 puf steek in de volgende ruimte; herhaal vanaf • totdat je de rand met bloemmotieven hebt bereikt: je eindigt met een halve vaste-puf steek-halve vaste in de laatste boog; hecht af.

Voor de rand aan de andere kant van je omslagdoek, hecht je met een halve vaste aan op dezelfde plek waar je “omslagdoek/zomersjaal toer 1” begon (=bovenin reliëf vaste); 1 halve vaste in eerste ruimte, 1 puf steek in dezelfde ruimte, 1 halve vaste in dezelfde ruimte, 1 halve vaste+1 puf steek  in de volgende ruimte; herhaal vanaf • totdat je de bovenkant van je werk weer bereikt hebt; je eindigt met een halve vaste in de laatste boog (voor de hoek) en haakt de laatste puf steek; 1 halve vaste boven in de 1e steek van de laatste toer “v-stokjes”; hecht af.

Het verdient aanbeveling om je omslagdoek/zomersjaal te blocken.

Veel h/maakplezier!


Cart Item Removed. Undo
  • No products in the cart.